College van Belanghebbenden Luchtvaartonderwijs

De arbeidsmarktverwachting voor luchtvaarttechnisch personeel in Nederland is niet gunstig.  Techniek heeft vaak een negatief imago en is daarom niet aantrekkelijk voor jonge mensen.

Luchtvaartbedrijven hebben hun gezamenlijke belangen om voor de toekomst voldoende en goed opgeleid personeel van de markt te kunnen halen onderkend en hebben besloten de handen inéén te slaan en samen te werken om aan hun personeelsbehoefte invulling te kunnen geven.

Het uitgangspunt is dat de luchtvaartbedrijven dit niet alleen kunnen uitvoeren. Ondersteuning vanuit de ROC's is noodzakelijk. Deze gaven hun toestemming om met het voorgestelde project door te gaan.

Ook zij zagen in dat alleen door een open en eerlijke samenwerking tussen bedrijven en onderwijs een oplossing voor het personeelsprobleem zou kunnen worden gevonden. Echter, ook zij onderschreven een ander uitgangspunt, namelijk het uitgangspunt dat zij, als werkgever, meer invloed moesten verkrijgen ten aanzien van de opleidingsprogramma's.
Luchtvaartbedrijven beschikken niet langer over bedrijfsscholen, zoals deze in het verleden bestonden. Hierdoor zijn zij afhankelijk van de basis opleiding die jonge mensen krijgen.

Met de komst van de Regionaal Opleiding Centra werd de basisopleiding vliegtuigtechniek neergelegd bij de ROC's. Voordeel was niet alleen dat de ROC's een betere landelijke spreiding hadden maar ook dat de bedrijven terug kunnen gaan naar hun kern activiteiten: het onderhouden van vliegtuigen.

Echter de ROC's leiden hun leerlingen op basis van de WEB, de Wet Educatie Beroepsonderwijs. Op grond van deze wet ontvangen de scholen ook hun vergoedingen vanuit het Ministerie van Onderwijs. Een andere wet verplicht de luchtvaartbedrijven echter om personeel in dienst te nemen, die op een ander niveau hun vooropleiding hebben genoten. De wet vereist voor ons een opleiding op basis van Part 66.
De eisen, die aan de WEB en Part 66 worden gesteld zijn helaas niet gelijk. Part 66 vraagt een hoger niveau. Ook wel aangeduid als WEB 4 plus niveau.


Opleiding.

De scholen hebben allemaal hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van hun les- en leerprogramma's. Deze vrijheid leidt ertoe dat er verschillen waren ontstaan in vliegtuigtechnische opleidingen welke niet allemaal voldeden aan de Part wetgeving.  Hierdoor zijn deze afgestudeerden niet direct inzetbaar voor de luchtvaartindustrie en dienen te worden bijgeschoold.

Er is vanuit de industrie  zeer nadrukkelijk het voorstel gedaan om te bewerkstelligen dat de vliegtuigtechnische opleidingen binnen Nederland identiek zouden moeten worden op basis van de Part 147 paraplu.

Om deze paraplu te kunnen bewerkstellingen werd Fokker Services / Aircraft Maintenance & Training School benaderd. AM&TS had een volledige erkenning op basis van Part 147. Hierdoor was het mogelijk om zorg te dragen voor de landelijke examinering van leerlingen, die via de ROC's hun basisopleiding "vliegtuigtechniek" hadden gevolgd.
AM&TS heeft zich op 1 november 2009 "losgemaakt" van Fokker Services en gaat als zelfstandig, Part 147 erkend, opleidingsinstituut verder.
 
De basis voor Luchtvaarttechnische Opleidingen Nederland was er. De uitgangspunten zijn:
  • De 5 ROC's Luchtvaarttechnisch onderwijs in Nederland dusdanig inrichten dat jongeren in het gehele land relatief eenvoudig een luchtvaarttechnische opleiding kunnen volgen
  • De betrokken ROC's geven een identieke opleiding onder de Part/LE 147 regelgeving
  • Centrale coördinatie ten aanzien van de inhoud van opleidingen en centrale coördinatie ten aanzien van het beschikbaar krijgen van noodzakelijke stageplaatsen
  • Centrale coördinatie ten aanzien van bijscholing van docenten, werkzaam op de ROC's
  • Gezamenlijke investeringen vanuit de industrie in institutionele wervingsuitingen teneinde blijvende interesse voor luchtvaarttechniek te wekken.
·       De betreffen 5 ROC's zijn:
  • Deltion uit Zwolle
  • ROC v. Amstardam Airport uit Hoofddorp
  • Markiezaat College uit Bergen op Zoom
  • ROC Tilburg  
  • Leeuwenborgh uit Heerlen
In de afgelopen tijd is er natuurlijk niet stil gezeten: Een aantal doelstellingen zijn al bereikt zoals zelfde lesstof en examenregeling e.d. Zaken die doorslaggevend zijn voor de voorgang van het project. Echter, essentieel is dat er wederzijds vertrouwen is tussen alle deelnemers. De ROC's hebben deze stap onderling gemaakt in een bijeenkomst van 1 september 2009. Tijdens deze bijeenkomst is de afspraak gemaakt gezamenlijk verder te gaan.

Dit is de enige manier om technisch personeel op de juiste manier op te leiden voor een baan in de vliegtuigindustrie. Door de gekozen vorm: een  Part 66 opleiding in een WEB structuur. Hierdoor wordt een groot deel van de financiering van de school veiliggesteld. Let wel dat bij een Part 147 opleiding iedere leerling meer kost dan OC&W bekostigd, hiervoor moet nog een structurele oplossing worden gevonden.

Daarnaast verlaten jongeren waarvoor de PART eisen te hoog gegrepen zijn de opleiding een WEB diploma. Hierdoor zijn deze jongeren niet verloren voor de techniek en vliegtuig techniek in het bijzonder. Dit is een belangrijke constatering in een tijd dat iedereen zich zorgen maakt om technische opleidingen.

Medewerking van de 5 ROC's is derhalve een must.
Voorzitter van het Focus project is de hr. W. Terpstra    Voorzitter Directie ROC v Amsterdam Airport en CvB Lo bestuurslid.